Ze wisten dat er ooit een einde kwam, aan die tunnel, aan de lift, aan de wachtkamer, maar toen het zover was, hadden ze zich er vast meer van voorgesteld. Meer wit en minder vuil roze bijvoorbeeld.
Het kind met het badwater. Tonijn in eigen nat.
Gelukkig hadden ze hun schijn nog. Zoals in die film, met het bloed dat uit de lift komt.
"En tegels die een retourtje naar huis weerspiegelen, maar tegelijk zeggen 'tot hier, en niet verder'. En dan een kras in het hoofd, en alles voorbij. Madre Madonna, verlos ons van het zalige nietsdoen. We willen de straat op en met schietgeweren zwaaien, wit poeder snuiven, bankbriefjes ten goede benutten, er ten kwade aangeraken, ze aan u offeren op zondag, we willen een korte weg opgroeien en zien wat het wordt, zien! Want dat kunnen wij niet, dat verhinderen onze toegeknepen ogen en het nihil aan pupillen. Maar gelukkig zijn wij die van u, voor altijd en voor nu. Puppy draagberrie fields forever."
*
Een veeg in het gezicht. Een klap en dan vallen. Sirenes op de tonen van het volkslied. Een bad dat zeer doet aan de lede ogen (zijn er andere?), ledematen (= OK), en dan nog niet boven water blijven, het overkwam mijn vriend de hazenlip. Zinken door een gat in de romp. En geen redder in zicht. Een goede zondvloed voorziet zoiets.
Onlangs zei hij: "Van elk goed bed zijn er twee, maar blijf rechtstaan zolang je kunt." Wijze woorden voor iemand met een handicap en een lege bankrekening.
Niet dat het altijd zo geweest is. Kijk, de badkamer is van hem, de OK heeft hij bekostigd, de strakke lijnen van het design, alles wat van hem was zit in de lift. Er zit toekomst in bepaalde gewassen. Ze zijn zo hard dat je erin kan huizen.
Zelf betaald met zijn slijk der aarde, met zijn lijken. Althans: enkele stenen (de fraaiste) en zorgvuldig maar achteloos geselecteerde strepen op de muren zijn van hem, daar staat hij op, dat ik dat vermeld. Eer zit in een klein hoekje. Dat ze dringend moeten kuisen.
Alles wat van hem was zat in de lift.
Bijna de hele burcht bezit hij. Het is dat hij nog leeft, of het hele ding had zijn naam gedragen. En nu ligt hij hier, als een zielloze passant, biddend om frisse lucht. Alleen omdat hij niet is blijven rechtstaan, of op de verkeerde plaats, en dat hou je niet lang vol. Een seconde of vier. Dat zijn acht oogopslagen, en vier financiële. Reken maar na.
Uit de holte in zijn buik kropen ratten. Je hoorde ze sissen, knagen aan het binnenste, vastbesloten iets te slopen. Volgens mij zitten ze er nog.
Frisse lucht?
Hij was het verlengde van het afvoergat van zijn eigen bad. Een fontein plaatsen = te duur, want natuurlijk was hij alles kwijt, nu. Daarbij, fonteinen in het rood zijn onbetaalbaar. Tegels in het wit gaan nog net (met bergen).
(Er kleeft bloed aan de reinigingsproducten, aan ontkalking, dat krijg je met witwasoperaties.)
Een wc-ontstopper kwam eraan te pas, een loodgieter, een treinbediende, maar geen baat, de tunnels in zijn lijf waren vertakt en in het meervoud, rattentanden hadden alles op een zweren gezet en zelfs als smokkeltuig onbekwaam gemaakt, ambulance en treinen reden te laat.
Eén splinter is in zijn mond terecht gekomen. OK, kussen kan hij nu wel vergeten. Maar op zijn bed, wanneer hij zich uitstrekt als ik de deur uit ben, dan zie ik door een kier (wat hij niet ziet) dat hij er niet genoeg van krijgt, keer op keer
blijven rechtstaan.
*
Tuig. Stoer. Onverhoeds. Verdekt opgesteld. Louche. Omsingelend. Afrekenend. Kloppend. Reken maar na.
Smurrie. Slimme zet. Payback. Hombre. Geheime ontmoetingsplaats. Tochtgaten. Leegstaand Pand. Coke. Zakkenwassers. Interessant.
Gestelde lichamen en passant.
Betalend, smalend, kalend. Sigaret in de mond.
Ik por hem maar het is te laat. De interest is de lucht ingeschoten.
Mijn voeten. Dansend. Ontwijkend, behendig, 'Dodge this' = een film ontrolt zich, mijn lijf vouwt zich, dubbel, verdiend, bukkend, strelend, enterend, 'Mag ik uw badge zien?', invallend, NU!, een baan om de gastropedaal. Hurkend. Voelend. Bloedend. Niet langer bestendig.
Het spreekt voor zich, dat ik de sirenes van de onverleidelijke soort door het witte laken niet zag, maar voelde. Ze sneden mij ongehoord de pas af, racende bloedhonden die een shortcut naar mijn hoofd hebben geroken.
Toen ik bijkwam, kon ik mijn eigen kop in mijn buik steken. Haat gaat door de maag, gat in de mond, en passant.
*
"Niet bidden is een optie, maar een weinig verkiesbare. OK je hebt een hazenlip. Maar je moet het zo zien. Wij doen ook maar onze job. Als jij niet wil luisteren, dan is dat jouw zaak, en God vergeeft wel oneindig veel maal maar hij heeft watten in zijn oren door al het wapengekletter.
Dus zul je beter rosenkransen en guilt en sterven tot je erbij neer valt, al is dat een ongelukkige uitdrukking, haha, dat geef ik toe. Wij doen maar onze job. Hoofdrollen zijn er niet voor ons weggelegd, koprollen ook niet.
Wij kunnen enkel stollen.
Zalven is één ding, maar er is maar één gezalfde die alles beter weet. Niet toevallig het kind van die dame daar, in haar mooie jurk, nooit ongesteld, met haar kroontje, van echt goud, niet van prikkeldraad zoals die burcht van je (maar ik hoef jou de kleur van goud niet te leren kennen). Geboren in een pot met een deksel op, dat zijn we allemaal. Live with it. Sla je armen uit. Ga zwemmen. Strek de beentjes. Eet met een infuus. Pis met een infuus. Pis niet in het zwembad, hombre, want dat is pas onvergeeflijk. Haha ik maak maar een grapje. Pis zoveel je wil, waar je maar wil, ik wens je veel sterkte nu, ik zie je zondag?"
Gelukkig hebben ze hun schrijn nog, en nog vlees op de knieën. Al kunnen ze ook rechtstaan.
*
Zo-even was hier niemand. Dan weer wel, dan weer niet. Gelukkig kunnen wij alles zien. Een mirakel is immers geschied. Een zwart gat werd geslagen, iemands ogen waren groter dan zijn buik, en al wat hij ooit gegeten had waren nu bendes van darmen en ratten, in een hevig gevecht verwikkeld. Versierd. Het leven kan mooi zijn.
Verknipte zielen op ooghoogte. Een zucht uit een mondhoek, tussen de kieren van een kaak
gesteld dat dit waar was = wij konden ze zien, nu, plots. "Hoop en gij zult zien", of hoe ging die parabel met de maaglijder? Geen oogdruppel beter dan verse tranen. Gij zult zien. Geloof ons, de waarheid komt uit een kindermond, ondervoed of niet, genavelkorfd of niet, ‘sta recht’ en het recht op een bed of niet. Dat hebben we niet gezien. Ons zicht staat nog maar in de kinderschoenen, en krult onze tenen, al kan dat ook het gebrek aan plaats zijn.
Maar toch. Als ze onze potten niet dadelijk afstoffen, gaan wij staken. Dan zullen wij
met schietgeweren zwaaien,
onze vijand onder de grond stoppen, veroorzaken,
krassen in versgelegde tegels en onze nagels slijpen aan doodskisten.
Van gezondheid blaken.
Cache-pots zijn het, stolpjes voor het bloeden. Als in een gangsterfilm, als in een lift
By Gunther De Wit
(english version not available) |
|